20-07-06
De Mont Ventoux, want het leven is meer dan afwassen alleen!!!
Het zal de komende minuten wellicht niet aan uw erg gespitste aandacht ontsnappen dat dit verslag niet helemaal zijn gewone spitsheid, joie de lire, speelsheid en gevatheid tentoon spreidt die u van me gewend bent. Snedig, kort en bondig zal ik u berichten over deze buiten-categorie-beklimming.
Om een indruk te kunnen geven over m’n ervaringen van voor, tijdens en na de beklimming van de Ventoux, moet ik immers niet schrijven over het trauma dat ik heb opgelopen bij het aanpassen van m’n eerste wieler-outfit (die het joggingpak moest vervangen en waarvan ik bang was dat m’n directe omgeving zou beginnen twijfelen over mijn werkelijke sexuele geaardheid…).
Ik moet ook helemaal niet schrijven hoe ik afgezien heb: rampspoed ende onheil. Beter kan ik het niet omschrijven en daarom zeg ik het nog eens: rampspoed ende onheil bij de spierpijnen die ik gevoeld heb en de liters zweet die gevloeid zijn tijdens de maandenlange voorbereiding.
En schrijven over de werking van de verschillende fitnesstoestellen of de werking van een hartslagmeter en waarvoor die dient, daar heeft nu niemand een boodschap aan.
En ik moet zeker niet schrijven over hoe we ons de laatste dagen in optimale omstandigheden konden voorbereiden dankzij een geweldige kookploeg (hun maaltijden werden verorberd als waren wij een stel uitgehongerde hyena’s die een schoon gespierde gazelle in de smiezen hadden).
Allerminst moet ik schrijven over de manier waarop ik de laatste uren voor de start aanspreekbaar was (niet dus).
Dat alles zou ons nodeloos ver en verdwaald afleiden.
Wat ik vooral wil benadrukken, als u me toestaat, is de enorme voldoening die de hele uitdaging me bezorgd heeft. Een mens zou voor minder beginnen fietsen. Immers, naast het feit dat ik met m’n prestatie misschien toch een beetje heb kunnen bijdragen tot de sponsoring van een goed doel, heb ik bij de voorbereiding ervan geweldige collega’s leren kennen. Diegenen die ik al jaren meende te kennen en diegenen waarvan me enkel de naam bekend was via de interne nota’s op het digitale canvas. Een mens zou er zowaar ontroerd door geraken.
Voldoening ook bij het overschrijden van de meet boven op de berg. Bij de gedachte:”Hij is van mij”. Een mens zou er zowaar nogmaals ontroerd door geraken. Nooit gedacht dat ik mezelf tot die prestatie zou kunnen drijven. Dat heb ik nadien dan ook op passende wijs weten te vieren.
En niet in het minst heb ik voldoening over het feit dat ik me uiteindelijk fysiek beter ben gaan voelen . En dat is de kurkdroge en ongezouten waarheid. Het is er trouwens aan te zien ook: familie en vrienden geven me complimentjes met m’n verlies aan kilo’s en zeggen me dat ik er zo een stuk beter uitzie. Ik denk dan bij mezelf: “Nog beter? Wat gaat dat volgend jaar dan geven?” …Volgend jaar???...Enfin, de eindstand van deze onderneming kan, om het in wielertermen uit te drukken, met gemak even positief bevonden worden als een Fank Vandenbroucke na Luik-Bastenaken-Luik. Met graagte zou ik dan ook allen die op enigerlei wijze hebben bijgedragen tot het welslagen van ons verblijf in de Provence nog eens extra willen bedanken: MERCI!
En, euh, zonder in herhaling te willen vallen…wie is er met z’n fietske de Mont Ventoux opgereden?
Jan Vereecken (ook wel gekend als “knappejan”)
15:48 Gepost door Comit in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
12-07-06
A DAY IN THE LIVE
«Il est 5 heures, Paris s’éveille» zong Jacques Dutronc al jaren geleden.
In Parijs is dat misschien normaal, maar in een stacaravan in de Provence is zelfs om zes uur opstaan verdomd vroeg. En weet je ? Het regent zelfs een beetje!
Ik kan niet zingen, heb geen ipod bij maar mijn binnenste ipod werkt op volle toeren. Flarden van “de eenzame fietser” flitsen door mijn hoofd.
Rap een boterham op, en mijn fiets roept.
Slaapdronken vertrekken we naar Bedoin. De Reus van de Provence doemt op. Nu tussen jij en ik, manneke. Ondertussen is het weer volledig opgedroogd. Allé, een eigentijds schietgebed schuift onder mijn schedeldak.
Flauwe grappen worden gemaakt, de obligate groepsfoto wordt getrokken. Hiernaar hebben we allen maanden uitgekeken.
De start wordt gegeven. Goh stommerik, die laatste cola was er teveel aan. Toch gaat het goed.
Kilometer 4/
Het bos lijkt te beginnen. Ronald kijkt nog fris naast mij.
Volgens mijn eigen carburator veel te fris.
Die cola speelt teveel op. Ik laat Ronald gaan.
In het bos zie ik enkele mensen de bosjes induiken. Allé, als die dat kunnen, ik ook.
Stom rund dat ik ben. Een lijdensweg van enkele kilometers begint. Ritme volledig kwijt. Luc haalt me in en wacht me op. Eeuwig dankbaar daarvoor. Ik voel me Jan Ullrich in de gemiddelde bergrit : een lijf te zwaar om te fietsen, maar een kop te hard om op te geven.
Sofie komt me voorbij, vrolijk zingend, met blijkbaar “The eye of the tiger” op de Ipod. Redelijk deprimerend voor een zwemmer als ik.
Iedere bocht of mindere helling ben ik even Paco Mancebo (meest gekalkte renner op de berg), maar dat duurt maar 5 meter.
De bevoorrading dan. Van de nood een deugd gemaakt en effectief afgestapt, gegeten... Ik voel me een ander mens. Herboren ? Dat er nog enkele mensen van de Schone Klerenéquipe opduiken maakt het zelfs gezellig.
Het gaat veel vlotter. Op Chalet Reynard neem ik afscheid van de collega’s. De Witte Toren doemt op. Nog veel te klein, dus is het nog ver. Rotzakske.
Een onbekende Leuvenaar komt naast me fietsen en begint me zijn trainingsschema uit te leggen. Ik vind het nog grappig ook. Groot gelijk mijnheer, ze schakelen allemaal verkeerd. Het gaat hoe langer hoe beter.
Kilometer 19/ het loopt weer wat stroever. Tja, laatste keer even voet aan de grond voor een ritueel eerbewijs aan Tom Simpson. En nu dalen met de regelmaat van de klok mensen af van de top die al boven zijn geweest. Alle aanmoedigingen die van daar komen zijn goud waard. Vleugels geeft dat, echt waar.
Laatste bocht, laatste verrassing. In plaats van een laatste spurtje te kunnen doen worden we opeens van de sokken geblazen. Een ontzettend krachtige wind waait de man naast me gewoon tegen me op. Weten we direct waar deze gigantische kiezelhoop zijn naam vandaan heeft.
BOVEN Dit moet zoals Alpe D’Huez zijn voor de Nederlanders, of de Kemmelberg voor de Westhoekers : euforie !
Maar ze wordt snel bekoeld. Een kletterend onweer begint. Als de hagel stopt begin ik aarzelend aan de afdaling. Als ik doorweekt en verkleumd beneden kom voel ik me een oudstrijder, klaar om thuis sterke verhalen op te dissen, in de eerste plaats voor vrienden en andere sponsors.
Maar eerst een warme tas koffie.
Koen Meesters
14:18 Gepost door Comit in Algemeen | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
27-06-06
Stormachtig op de Mont Ventoux
Driemaal
Vandaag moest het gebeuren! Toen ik wakker werd voelde ik mijn hartslag tot in mijn nekvel. Was ik niet te overmoedig geweest? Welke onnozelaar wil er nu 3 keer op dezelfde dag die verraderlijke buil overwinnen? Was ik wel genoeg getraind? Vele vragen schoten tegelijkertijd door mijn hoofd.
…Ik heb altijd 2 hobby’s gehad: Fietsen en … Trappistenbier. Die tweede hobby heb ik op nieuwjaarsnacht aan de haak gehangen. Kort daarna heb ik mijn stoffige koersfiets ervan afgehaald.
Het was verwonderlijk hoe, in de loop der jaren, mijn twee hobby’s zich aan elkaar hadden aangepast. Na een pittige fietstocht vloeide de Leffe rijkelijk. Na een avondje “stappen”, gutste het zweet in beekjes over mijn gezicht tijdens de matinale mountainbikeraid. Hoe rapper het tempo waarmee het gerstenat door de keel werd gekieperd, hoe trager de pedaaltred waarmee ik mij op de‘West-Vlaamse bulten naar boven moest hijsen.
Kortom, in die dagen kwam ik nog nauwelijks vooruit en de naald van die vervloekte weegschaal passeerde vlot de 85 en kwam verraderlijk dicht in de buurt van nummer 86 tot stilstand! Hier moest iets aan veranderen!
Als een geschenk uit de hemel werd “comité 1912” boven de doopvont gehouden. Al onmiddellijk had ik mezelf voorgenomen me in te schrijven. Er éénmaal oprijden had ik al gekund, dus menneer zou er ditmaal driemaal oprijden: “le Cinglé du Mont-Ventoux”!
Nee bedankt!
We verzamelen in Bedoin. De spanning zet alle blazen en darmen in werking. Het openbare toilet krijgt menige liters en kilo’s te verwerken.
Een groepsfoto maken van de 50 ACV-ventouristen duurde een eeuwigheid. Toen de klus eindelijk geklaard was, spoedde ik mij naar de start, door de tijdsregistratie ...biep: het avontuur was begonnen. Met de neus pal in de wind, vond ik spoedig een gepast tempo. Nog 69,3 kilometer klauterwerk en de missie was volbracht. De zwart- oranje “Schonekleren” garde gleed me stilletjes voorbij. Ik pik nergens mijn wagonnetje aan. Mijn diesel moet nog enkele kilometers opwarmen.
…Zou ik eindelijk de vruchten plukken van maanden noeste arbeid en opoffering. Velen hadden mij gek verklaard toen ik na de jaarwende met grote trom had verkondigd dat de vastentijd zes maanden zou duren! Smalend werden de “trappistjes” onder mijn neus gehouden. Het is verdomd niet gemakkelijk geweest. Nooit heb ik meer “Nee bedankt” gefluisterd, dan in deze lange voorbereidingsperiode. Nu, twaalf kilo magerder, droog aan de haak, was mijn moment gekomen om al die drinkebroers een poepje te laten ruiken.
Troubadour
Op de flanken van de Ventoux werden meerdere legendarische wielergevechten geleverd. Dit moet mee verklaren waarom zovele Vlamingen gek zijn van deze berg. Ooit ben ik komen kijken naar de Tour, in het dorpje “La Colombe” Een piepklein gehucht drie kilometer voorbij Bedoin. De echte klim moet hier eigenlijk nog beginnen. Het was het jaar dat Pantani en Armstrong hun “heroïsche strijd” leverden tussen zeeën van ontketende wielerfans. Daar in La Colombe meldde ‘radio Tour” Un coureur en échappé, un coureur en échappé!!! Le numéro.”X” .(ben ik inmiddels vergeten). Zenuwachtig greep ik naar mijn deelnemerslijstje. Ik kon mijn ogen niet geloven.. en ja, weldra schoot Mattankse voorbij het café waar menig Vlaming zijn stekje had gevonden. Allée verdomme Nico! De sfeer kon niet meer stuk die dag. Uitgerekend op dit plekje stond nu “een troubadour” een onverstaanbaar liedje te kwelen, in een poging er wat ambiance in te brengen. Jammer dat hij de enige was op de flank.
Bekwame koks!
Het laatste huisje van “Saint-Esteve” voorbij, begint het zware werk. Van in een ver verleden wist ik dat dit de steilste kilometers van de dag zouden worden. Aldra reed ik “op de hele kleinen” De benen voelden goed aan maar toch hield ik nauwlettend mijn hartslagmeter in de gaten. “140” was mijn richtgetal. Hierop had ik getraind: “in souplesse” en “met overschot” naar boven peddelen.
De bevoorrading kwam in zicht. De berg eiste zijn eerste slachtoffers. Enkelingen die zuchtend en puffend de kant opzochten en als een vis op het droge hapten naar adem. Ik ben er niet fier op, maar ik kreeg er een goed gevoel bij. Doch het gevaar van ’n “fraingal” loert achter iedere bocht. Ik beslis om toch maar een hapje te eten.
…“Toen ik die donderdagavond de camping opreed was de voltallige kookploeg druk in de weer met de voorbereiding van het avondmaal. Het deed me denken aan de vele kampen uit mijn jeugd. De tafels en zitbankjes, de kookplaats. Ik moet het zeggen en velen zullen het met mij beamen: we werden de ganse tijd verwend met driesterrenkost. We leefden drie dagen als de echte wielerprofs. We moesten ons enkel bekommeren om de prestaties die we op de wedstrijddag zouden neerzetten. Van overheerlijke voorgerechtjes, tot verfrissend fruit als dessert, niets was hen teveel. Als we al mochten falen, aan onze bekwame koks zou het zeker niet liggen.
Eenmaal
Chalet Reynard, wellicht de beroemdste, der chalets, in “la Douce France”. Hier voelde ik een eerste adrenalinestoot. Alles ging prima. Hoewel de wind de benen streelde en het merkbaar kouder werd keek ik glimlachend omhoog. De beroemde toren was in zicht. Niet overmoedig worden, jongen, blijven drinken, blijven eten..en proberen te genieten van de overweldigende schoonheid van de “reus van de Provence”.
Ja, ik beken, ik ben verliefd op deze “kale berg”. Al vele malen heb ik er op de top het overweldigende panorama bewonderd. Ontelbare foto’s heb ik er genomen. De natuur is er ongerept. De dalen rondom liggen bezaaid met parels van dorpen. De keurige lavendelvelden geven de omgeving een onvergetelijk kleurenpalet. De lokale bevolking is er gastvrij. Het regent er zelden, ’s zomers kan het overdag bloedheet zijn. Een mooiere vakantiestek kan men zich nauwelijks bedenken.
Ik fiets voorbij de gedenkplaat van Tom Simpson, ontsiert door enkele schreeuwerige bidonnetjes, waar halen ze het in godsnaam vandaan? Mijn ademhaling wordt hoorbaar zwaarder, mijn hartritme wordt ongewild de hoogte ingejaagd. De “kale berg” geeft zich nooit gewillig. Ondanks enkele pijnscheuten in de dijen, overwin ik de laatste steile meters van de klim. De eerste maal op de top. Door de grote drukte mis ik bijna de tijdsregistratie ...biep...zalig!.
Weldra zie ik vele gelukkige collega’s die de top hebben gehaald. Het ACV -peloton is opvallend aanwezig ginder boven. Toch een pluimpje voor Johan en zijn ploeg. Menig wielertoerist is jaloers op ons prachtig gekleurd koersplunje.
Omelette mixte
Pas als ik de vrachtwagen volgestouwd met onze rugzakken opzoek voel ik de snijdende wind en de bijtende koude. Zo rap mogelijk een vers ondertruitje, mouwtjes, krantenpapier, windvestje ...de afdaling is ingezet.
In geen tijd raas ik voorbij de camping van Malaucène. Hier kruis ik Mark Herremans die net begonnen is aan zijn tweede klim. Breed glimlachend, krachtig draaiend met de armen rijd hij mij voorbij ...mijn duim gaat de hoogte in… Respect!
Ik zoek een restaurantje. Johan en Yves hebben al wat krachtvoer besteld. En de extra calorieën hebben we broodnodig voor de volgende zware opdracht. Ook Eddy en Ronald.vallen het restaurant binnen. Een schitterend moment, ploegmakkers begroeten en feliciteren. Zij bestellen zich ook een “omelette mixte”, met een duvel ...hun doel is bereikt..
Kletsnatte broek
Een onverwachte regenbui doet ons bezorgd naar boven kijken. Doch weldra is het opnieuw droog. We springen op de fiets en rijden over de mat...biep...de tweede beklimming van de dag.
Al na de beginkilometers word ik voorbijgereden door mijn kompanen. Mijn doel staat vast, ik besluit daarom het verder rustig aan te doen. Ook nu rijd ik op hartslag naar boven. De benen zijn goed. Het zal me lukken.
Donkere wolken troepen samen. De dreigende lucht wordt plots doorkliefd door een enorme bliksemschicht kort gevolgd door een onheilspellende donderslag. Weldra valt de regen met bakken uit de hemel. Je kunt hier nergens schuilen en al na enkele minuten ben ik drijfnat. Het wegdek wordt spekglad. Ik bedenk dat de afdaling naar Sault een gevaarlijke onderneming wordt.
Als bij wonder zwaait links van mij een deur open. Een soort garage is er uitgehouwen in de flank van de berg. Ik kan schuilen. Hier ontmoet ik opnieuw Johan en Yves en enkele andere ventouristen. Jongens, wat staat er ons nog te wachten...Het water sijpelt uit helm, handschoenen en kletsnatte broek. Na een tiental minuten, die eindeloos duren...besluiten we verder te fietsen. Het regent iets minder fel en beter moeten we voorlopig niet verwachten. De weg loopt steiler op...iedereen beseft dat dit een memorabele dag wordt.
Chocolat Chaud
Chalet Liotard komt in zicht. Ik heb het steilste stuk van die klim goed doorstaan en voel me beter dat ooit die dag. Doch het weer verslechtert opnieuw zienderogen. Met de regelmaat van de klok schiet de bliksem me voorbij, drie tellen later gevolgd door overdonderend gerommel. Nog vijf kilometer tot de top. Snel naar de bevoorrading...iemand van Sporta springt op de weg en roept dat we niet meer verder kunnen!
Verweesd sta voor me uit te kijken aan de bevoorrading. We zitten minstens tot 17 uur geblokkeerd. Verkleunde fietsers komen van de top. Ze klutteren de overvolle chalet binnen.
Dirk en Koen wenken mij. Vijf gestrande ACV’ers, chocolat chaud, grand café..Gelukkig draait de verwarming op volle toeren. De kelners kunnen de bestellingen en afwas nauwelijks bijhouden. Stilaan dringt het tot ons door dat dit het einde is van het avontuur. Chris en Jef komen ons “evacueren”. Nog éénmaal passeren we de top waar de weergoden vrij spel hebben. Het is een onwaarschijnlijk tafereel. Wij die dachten dat we de Mont-Ventoux even konden temmen... het zal niet voor dit jaar zijn!
Cinglé
Ondanks alles is onze ploeg uitgelaten, die avond. Er is vooral blijheid want iedereen is minstens éénmaal bovengeraakt. De ontgoocheling wordt doorgespoeld De barbecue is een waar festijn.
Hoe kunnen we de collega’s die zich ingezet hebben voor de voltallige ploeg genoeg bedanken voor deze puike organisatie. Het was “af”. Hopelijk vinden ze nog eens de energie om dit over te doen.
Ooit kom ik dus nog eens terug en dan zal ik toetreden tot die gilde der malloten: “Les Cinglés du Mont-Ventoux” Laat de trappist maar komen. Het wordt dringend tijd dat ik opnieuw werk maak van mijn tweede hobby!
DANK VOOR DE ENORME STEUN VAN FAMILIE, VRIENDEN, COLLEGA’S (dank aan Jef voor het fietsvervoer) en SPONSORS!
Godfried Holvoet
09:31 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
22-06-06
Opdracht Volbracht
Mijn eerste ervaring met de Mont Ventoux dateert van 6 jaar geleden. Tijdens een regenachtige zomer in Gent zit ik met wat vrienden op café. We zijn het slechte weer kotsbeu en daarom spreken af om 2 dagen later naar de Mont Ventoux te vertekken, met de fietsen mee. Totaal onvoorbereid (geen training en met enkel een bidon water) vatten we in een vlaag van overmoed de beklimming van de Mont Ventoux aan. Het was barkoud en we fietsten kilometerslang in de wolken. Na bijna twee en een half uur, inclusief enkele pauzes en dankzij wat onderweg van vreemden gekregen cola en banaan kwam ik bibberend van de kou boven. Enkele vriendelijke Belgen brachten ons met de auto naar beneden en gaven ons de basisregels voor een goede beklimming mee. Een jaar later deden we het nog eens over, weliswaar veel minder amateuristisch.
Deze voorgeschiedenis maakte dat mijn collega's niet veel moeite moesten doen om mij warm te maken voor een derde Mont Ventoux-expeditie.
In maart begon mijn training en tegen D-day had ik 1600 km op de teller, waaronder zo'n 300 in de Ardennen. Mijn vormpeil leek beter dan ooit tevoren
Als allerlaatste training hebben we met enkele collega's op vrijdag al de Mont Ventoux vanuit Sault beklommen. Het was heel warm en Jef en ik legden elkaar enkele malen het vuur aan de schenen, maar we kraakten allebei niet. Het resultaat was 1u42min. Boven was het lekker zonnig. De test was geslaagd.
Zaterdagmorgen was ik toch vrij zenuwachtig. De autotocht naar Bédoin, het klaarmaken van de fiets en de benodigdheden voor onderweg, de groepsfoto, het duurde me allemaal nogal lang. Ik wou zo snel mogelijk de fiets op. Onmiddellijk na het vertrek kom ik al alleen te zitten, ik twijfel tussen wachten en doorrijden. Gezien de tijd loopt, ga ik dan maar alleen door. De eerste rustige kilometers staat er een vervelende tegenwind, dan komen die zware 10 kilometer door het bos. Alles verloopt naar wens. Aan Chalet Renard kijk ik voor het eerst op m'n klok, de magische drempel van 2 uur lijkt nog steeds binnen bereik, maar het wordt nog knap lastig. Ik probeer rustig te blijven nadenken: niet forceren, geregeld eten en drinken, waar mogelijk een tandje minder schakelen.
Boven aangekomen blijk ik een handvol seconden onder de 2 uur-grens af te klokken. En ook de opdracht die ik van de medebewoners van mijn caravan had meegekregen was volbracht.
In de kou boven twijfel ik even over een tweede aanval, maar gelukkig besluit ik af te zakken naar Chalet Renard om daar met Marc en Stijn "een pastiske" te gaan drinken. Tussen 2 buien door dalen we verder af naar Bédoin. Een steak met frietjes hebben we verdiend.
17:13 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
De beklimming van dé reus!
In Bedoin toegekomen voor de slotbeklimming (de apotheose van een schitterende fiets en culinaire week), begint de nervositeit toch wat toe te nemen. Iedereen is er klaar voor, je voelt de adrenaline opkomen. Na een pose voor de groepsfoto kunnen we eraan beginnen.
De avond voordien nog eens snel de gemiddelde percentages doorgenomen maar de schrik voor het onbekende zit er nog in. Ik start als één van de laatsten aan de beklimming en wil vooral rustig beginnen.
Eens gestart op het vlakke vormen zich snel een aantal groepjes, ik probeer bij één van de groepjes met favorieten (diegenen die in de week reeds hun ervaring hadden getoond) aan te pikken. Yves, onze coach trekt de groep, met Frieda (de favoriete bij de vrouwen), Johan (de organisator-duivel-doet-al), Pieter (de commentator en fietsfanaat bij uitstek), Eddy (de ervaring zelve, en ideale tempomaker), Koen de Kinder (acv-mechelen, maar op toer voor minstens 2 beklimmingen) en helemaal achteraan mezelf. Ongeveer een kilometer of 5 kan ik rustig meedrijven, maar eens de steile stukken eraan komen, laat ik de groep rijden en pruts wat aan de versnellingen.
Rustig blijven tot na het bos das mijn taktiek. Ik probeer een goed tempo te rijden en mijn hartslag niet boven de 170 te laten komen. Als de echt steile stukken eraan komen, begin ik en dansant stilaan wat terug te komen, tot mijn verbazing. De oranje-zwarte Schone-kleren zie ik af en toe op mooie rechte stukken als mikpunt voor me opdoemen.
Ik voel me steeds beter, in het midden van het bos is er een bevoorrading voorzien. De meesten rijden door, maar Koen de Kinder besluit af te draaien, ik volg zijn voorbeeld, neem een banaan, appelsien en snel wat sportdrank.
Ik laat mijn hartslag effe zakken tot 145 en besluit dan terug te vertrekken, maar moeilijker dan ik dacht (starten op een steil stuk kost me wat krachten). Toch beter niet gestopt ? Ik ben de trein nu uit het oog verloren.
Chalet Reynard komt in zicht (het moeilijkste is voorbij), nu eens de bomengrens voorbij, neemt de wind toe.
Nog 5 km tot de top, je voelt de temperatuur zo zakken, maar je hoop gaat omhoog, je ziet de toren en dat pept je op. Maar de koude, begint nu ook op de benen te slaan, lichte vorm van krampen door de koude.
Ik besluit mijn tempo terug op te drijven, in de verte heb ik weer een mikpunt gevonden (Eddy en Koen zie ik terug rijden, ook zij hebben het lastig). De ene na de andere zie je stilvallen, nog 2 km en fel babbelend rijdt Gella Vandecaveye naar beneden- de gelukkige denk ik). Doorbijten nu, de laatste km passeer ik Eddy nog en Koen kan ik net niet volgen op het laatste lastige stuk.
Nog een steile 500 m en dan eindelijk boven, yes ! ik heb het gehaald, ik zie Bert Anciaux een interview geven, en wil zo snel mogelijk naar de camion mijn windstopper ophalen, want op de top is het barkoud.
Tussen de camions even uit de wind gaan staan is nu de opdracht en krachten opdoen voor de afdaling (de Mechelse delegatie is ook aangekomen, en de begroeting is hartelijk !)
Er komen stilaan dreigende wolken aan, en besluit te dalen, aan het monument van Tom Simpson stop ik (uit respect voor de vele klimmers en uit nieuwsgierigheid). Even later stopt ook onzen Bert Anciaux aan het monument (tis het moment om terug te vertrekken),. Pascale De Borger (uit Mechelen) (2de acv-vrouw op de top- en de Praga khan-fan bij uitstek) ziet me staan en we besluiten samen te dalen. Alles gaat goed (we passeren zelfs een bus in het dalen) tot.. 5 km voorbij Chalet Reynard midden in het bos, het onvoorziene gebeurd aan een snelheid van 50 km per uur, mijn fiets begint te wiebelen (mijnachterband loopt lek). Ik stop (fietsband is keiwarm), ik daal te voet nog 1 km en bemerk plots een wagen van 4bikes. Een toffe kerel stelt voor om mijn fiets te repareren (t is ondertussen hevig aan het regenen). Nu snel naar beneden, maar voorzichtig en kletsnat door de regen.
Voldaan en mijn opdracht geslaagd (1 x de Ventoux beklimmen maar langs de moeilijkste kant), ik voel me fantastisch en ik kom zeker terug , misschien al volgend jaar ? Maar dan voor minstens 2 x de top te halen met nog meer trainingskilometers in de benen. Maar in ieder geval voor de groepssfeer, de sterke verhalen, de emotie en het afzien en het opperste geluk.
Op mijn dertigste liep ik mijn eerste marathon, op mijn 40ste beklom ik de Mont-Ventoux, mijn omgeving vraagt zich nu al af wat ik van plan ben op mijn 50ste.
Nogmaals bedankt aan het volledige schone kleren-team voor de mooie momenten!
Chris Venstermans
10:29 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
Ik fietste de Kale berg op ...
Ervoor
Vorige zomer een koersfiets gekocht om mee te doen aan de kwarttriatlon van Mechelen. Nu moet je je niet te veel van voorstellen van die kwarttriatlon, enfin van mijn prestatie, ik ben gewoon aangekomen.
Dus een fiets gekocht en dan bij den Alain – Alain is de uiterst sympathieke cafébaas van “Café de la Paix” – mij veel te rap laten overhalen om mee naar de Mont Ventoux te gaan. Het was toen najaar. Beginnen trainen, met de fiets naar ’t werk enzo. Veel commentaar van de collega’s op den bureau gekregen: zijt ge daar weer in uw “ …-pakje”? Ondertussen ook nog blijven joggen, maar nu noemt men dat anders, kwestie van in vorm te blijven voor de 20 km van Brussel, neen, niet met de fiets maar al lopend. Winter regen, regen, regen, kou, nat en platgevallen en nog eens platgevallen.
Toen kwamen de oefenritten. Ronde Van Vlaanderen, Tilffs in Dardennen. Geduld is een schone zaak, zeker bergop, zeker voor de anderen die zo goed waren op mij te wachten. Mezelf dikwijls tegengekomen en …Twijfel: “Hoe steil is die Ventoux?” hangt af van welke kant je hem oprijdt…” “ Welke kant zou ik kiezen… Sault, Bedoin, Malaucene?… het werd Bedoin”. Twijfel… ga ik erop geraken? Met een ‘trippel’- neen geen trappist maar een verzet met 3 kamwielen van voor- moet dat zeker lukken. Wat hebt ge steken van verzetten?…Een 30 – 28?? Wat ken ik nu van verzetten… Latijn, meer nog Chinees voor mij. Enfin aan de verzetten zou het niet liggen…
Errond
Dinsdag avond aangekomen op de camping, Woensdag, donderdag en vrijdag prachtige ritten gemaakt. Opbouwende kritiek gekregen van de Jef over mijn verzetten en mijn ketting: “A zoeë smerig joeng! Hoe lang is dat geleden dat ge die nog gekuisd hebt?” En ik die dacht dat een ketting goed gesmeerd moest zijn… .Maar goed, zoals gezegd: prachtige ritten gemaakt. Zo ondermeer 120 km rond de Mont Ventoux en door de een prachtige canyon….. Zalig: veel klimwerk, niet te stijl, maar ook dalen, 25 km aan een stuk. En van stuk gesproken; sjans gehad. Pieter reed 50 m achter mij. Tussen ons in knalt er een rotsblok – zo’n 15cm doormeter… neen geen visserslatijn, vraag maar aan de Pieter…- naar beneden. Vrijdagavond, het laatste avondmaal: spaghetti, spaghetti en nog een bord spaghetti. Het is geen avond als de anderen er hangt iets in de lucht. Zo als gewoonlijk staat er wijn op tafel… bijna iedereen drinkt water. Twijfelen die anderen ook? Ga ik er op geraken? Spanning wordt weggelachen met enkele macho-grapjes. De meesten liggen vroeger dan anders in hun bed…wakker zoals ik?
Erop en erover?
Bedoin, zaterdag 17 juni 2006, 8.06u we zijn vertrokken met zo’n 50. Allemaal in onze schone kleren outfit, en we zijn er fier op! Ik hang al snel aan de staart. Johan zegt dat ik de bus moet nemen, dat spaart krachten - met de bus wordt niet de autobus bedoeld, wel het laatste peloton-. Na 5 km “het bos”: 10% omhoog, 9% omhoog haarspeldbocht, 8,5% bocht, Ik schakel op mijn kleinste verzet, 7 a 8 per uur, 8km aan een stuk hebben ze gezegd. Doseren, zoals te coach ons op het hard drukte. Af en toe een tandje bijschakelen en recht op de trappers, om effe de rug en de benen te ontlasten. Stampen op de trappers 10% 9%, 9,1%… bocht…. Het gaat traag, moeizaam, stijl. Duwen, duwen, duwen, duwen,… nog 7 km tot aan Chalet Renard…
Chalet Renard
Daar is Chalet Renard, stop ik hier? Ik zie de eerste keer sinds lange tijd de top, een toren wit met een beetje rood en met een spits, of hoe noem je dat, erop. Het lijkt wel een maanlandschap. Geen bomen meer, alleen witte stenen. En de weg, naar de top, nog zes kilometer, niet stoppen! Doorrijden verdomme! Het wordt minder stijl. Ik voel dat ik het ga halen. Dit is genieten, zalig, “je had een smile tot achter je oren" zeggen ze mij achteraf. En dan de top! Het gevoel dat je dan overmeestert, kan je met woorden niet vertellen.
Snel een foto, windstopper aan en naar beneden, om lang, zeer lang na te genieten…..
Ronald Van Riet
10:26 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
Mythe doorprikt
Drie jaar geleden: We spreken met een aantal vrienden af om tijdens onze vakantie in de Provence de kale berg te beklimmen. Zonder 1 kilometer in de benen en zonder enige wielerkennis vat ik de tocht vanuit een snikheet Bedoin aan. Op mijn weg naar de top krijg ik geregeld een "vous êtes fou" rond de oren geslingerd, wijzend naar mijn fiets. Ik begrijp al snel dat het rijden met dikkere banden en voorvering een aanzienlijke handicap betekent en moet al gauw mijn metgezellen lossen. Een paar uur later en na vier of vijf keer afstappen, bereik ik totaal uitgeput de top... De mythische berg had zich op mij gewreekt. Vanaf die dag wist ik dat ik ooit zou terugkeren om de beklimming mét wielerfiets te doen.
Het Mont-Ventoux project: Een geschenk uit de hemel om revanche te nemen. Samen met enkele collega's schrijven we ons in. Terwijl mijn collega's zich het wielerjargon toeëigenen, kilo's kwijtspelen en dagelijks het aantal kilometers op hun teller opdrijven, dien ik forfait te geven voor de oefentochten wegens voetbal-, tennis- of andere activiteiten. Uiteindelijk kruip ik begin juni vijf maal zelf op de fiets: een tochtje langs de Schelde van Mariekerke tot aan de sluis van Wintam en terug.
Een paar dagen voor de afreis reserveer ik een koersfiets in de fietsshop in Bedoin.
Aankomst op de camping: We worden onmiddellijk geconfronteerd met de reeds aanwezige wielerfreaks van de confederatie. Zij hadden er net een tochtje van 120km opzitten, bijna net zoveel als mijn hele voorbereiding. We besluiten met de collega's van de Voeding om 's anderendaags bij wijze van voorbereiding vanuit Sault tot aan Châlet Renard te klimmen. Er wordt vrij hevig gekoerst en speel geregeld accordeon. Samen met Marc bereik ik de top op 1u en 49min. Ik ben echter vrij diep geweest en krijg krampen in mijn kuiten. Mijn collega's lijken de klim beter verteerd te hebben en neem het besluit dat ik ook morgen vanuit Sault zal starten. Alleen nog een aantal personen overtuigen om mee te rijden.
Zaterdag: De grote dag. Voor de eerste keer toch een beetje zenuwachtig. De spieren zijn nog vrij stijf van de vorige dag. Probeer nog eens te polsen of iemand vanuit Sault wil vertrekken, maar niemand wil wijken. Aangezien we met de wagens naar Bedoin rijden, zit er voor mij dan ook weinig anders op om in dit vervloekte oord te starten. Nog snel een groepsfoto en iedereen staat te trappelen om de vertrekken. Kwestie om de start niet te missen.
De beklimming: De start verloopt vrij warrig. In plaats van met een groepje te vertrekken, rijdt iedereen onmiddellijk verspreid. De wind maakt ook dat er de eerste kilometers flink moet doorgetrapt worden. Niet forceren is de boodschap. Bij het links indraaien van het bos komen de herinneringen terug. De plaatsen waar ik drie jaar geleden even halt moest houden, verteer ik nu vrij vlot. De hartslag blijft opvallend laag, enkel de kuiten blijven vrij gespannen staan. Na een tijdje komt het groepje "Frieda De Koninck" voorbij gereden. Ik pik een aantal kilometers aan en probeer hen nadien in het vizier te houden. Ik houd steeds in het achterhoofd dat er nog er nog heel wat kilometers moeten geklimd worden en probeer regelmatig te eten en te drinken. Ik heb veel goesting in die banaan, maar krijg de schil niet open. Knijp even de remmen dicht aan Châlet Renard en speel samen met Marc Leroy een banaantje binnen. Het laatste stuk loopt beter als de dag ervoor. Voor we het weten zijn we aan de laatste 2,5km. Nog even op de tanden bijten. Eenmaal voorbij het gedenkteken van Tom Simpson kan er nog een laatste tempoversnelling - of iets wat er op lijkt - vanaf.
De top: Bij de laatste bocht wordt ik bijna weggeblazen. Nog even alles eruit persen en bij het bereiken van de aankomstmeet (mat) zie ik Jef en Bart staan en knijp de remmen dicht. Ik vergeet echter dat ik vastzit in de riempjes en krijg mijn linkervoet niet tijdig uit het pedaal met een komische valpartij als gevolg. De top is bereikt, de mythe doorprikt.
De afdaling: Op het moment van de aankomst op de top beginnen de wolken zich samen te pakken. Nu het nog droog is, rijden we alvast naar Châlet Renard. Daar zouden we wachten op de andere collega's. Na een paar pastiskes breekt het onweer los. Hopelijk zijn de andere collega's tijdig boven. Van zodra het even over is, besluiten we (Marc, Bart en ikzelf) om verder naar Bedoin af te dalen. Bart en Marc dalen pijlsnel. Ikzelf besluit het kalmer aan te doen, aangezien ik niet gewoon ben op een koersfiets te dalen, laat staan bij deze helse weersomstandigheden. Bovenaan het bos dreigt het al een eerste keer mis te lopen. Een begeleidende wagen tracht een aantal klimmers in te halen en ik moet iets te hard remmen. Mijn achterwiel begint te slingeren en heb geluk dat ik veilig voorbij de wagen geraak. Enkele kilometers later is het toch prijs. In één van de bochten onderaan het bos schuift mijn achterwiel volledig weg. Voor ik het goed en wel besef lig ik op het asfalt. Na een poosje (lees paar seconden) besef ik dat ik zo snel mogelijk van de baan moet. Een wagen met Belgische nummerplaat is onmiddellijk gestopt en enkele mensen snellen mij te hulp. Eén van de gestopte fietsers blijkt een verpleegster te zijn. Zij wil het zekere voor het onzekere nemen en een ziekenwagen bellen. Ik voel echter dat ik enkel een aantal schaafwonden heb opgelopen. In een ziekenwagen belanden lijkt me dan ook niet zo'n leuk vooruitzicht. Uiteindelijk brengen de West-Vlamingen mij met de auto naar beneden. Bijna had de Ventoux zich toch nog tegen mij gekeerd...
Stijn Boeykens
10:23 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
Neen, het werd geen “kale reis” op de “kale berg” van de Provence
“’t Is weer voorbij die mooie …”, zijn de woorden van een vrolijk klinkend lied over de zomer. Woorden die evenzeer opgaan voor elke Ventourist/Ventousiast die in het weekend van 17 juni 2006 deelnam aan het tweede Sporta-evenement.
Ook ik keek er reikhalzend naar uit om voor het tweede opeenvolgende jaar in koersplunje – een mooie retro outfit van “Schone Kleren campagne”- de kale berg te beklimmen.
Bédoin, Malaucène en Sault dit werd de uitdaging om zodoende net als vorig jaar de berg langs elke zijde te beklimmen. Op het thuisfront hadden collega’s zelfs een gokje gewaagd op de tijd die ik (en mijn collega) zouden nodig hebben.
’s Ochtends leek alles perfect : een lichte regenbui onder de ochtend, veel zuurstof in de lucht en een aangename temperatuur om te fietsen.
Bédoin 08.08 uur, de ACV groep blaast verzamelen voor een laatste fotoshot (het leek wel de bruine garde van de kannibaal van destijds) en …… start. Ieder op eigen tempo. Een bemoedigend woordje onder elkaar, een tik op de schouder als je een kompaan voorbij fietst, zoekend naar het juiste ritme en de juiste versnelling.
Eens de boszone voorbij duikt Chalet Rénard op. Een herkenningspunt voor elke wielerfanaat, hier begint het maanlandschap maar hier waait ook een stevige wind. Wat een contrast met vorig jaar toen zomerse temperaturen ook op deze hoogte een feit waren. Klimmen, nog een halfuurtje afzien, ……. Rechts van de weg het monument ter nagedachtenis van renner Tom Simpson … klimmen, een laatste haakse bocht naar rechts. Opdracht volbracht.
Vlug een drankje, droge kledij aantrekken (rugzak 0135 aub) en afdalen naar Malaucène. De fiets klemmend tussen de benen om het spelen van de wind de baas te blijven. Het gaat snel heel snel.
In het dorp van Malaucène een korte bevoorradingsstop, de fiets nog even checken op zijn degelijkheid, de drinkbussen gevuld, en weer op weg voor de tweede beklimming van de dag.
Oei, was die banaan en dit koekje er teveel aan? (ssst. even braken, spuwen en weer weg, … oef het gaat beter). Maar wat krijgen we nu: regendruppels. Niets ergs, doorgaan.
Of toch op ongeveer 6 km. van de top worden het meer dan regendruppels: hagel,bliksem, donderslag, wind, veel wind …. toestand waar enkel een echte flandrien van kan dromen.
Neen, dit wordt onmenselijk zwaar. De kou maakt zich ook van mij meester. Een van kou verkleunde lichaam fietst tegen de wind in naar de top van de Mont Ventoux (zijn naam waardig).
Op zoek naar een plekje beschutting (rugzak 0135 aub), … de afdaling naar Sault best zovlug als mogelijk aanvatten misschien zijn de weersomstandigheden daar beter. Helaas, ik had beter moeten weten.
Bijkomend doen de eerste kilometers van de afdaling mij twijfelen aan de degelijkheid van mijn fiets. Neen, ik bibber van de kou en mijn fiets danst van de spelende wind.
Stop, over en out aan Chalet Rénard. Een wijze beslissing.
Heelhuis beneden komen is het enige wat mij weet bezig te houden, maar wanneer….
Enkele tassen warme thé citron later verdwijnt mijn koude gevoel, het optimisme keert terug, zouden we later op de dag dan toch nog aan de derde klim kunnen beginnen? Het blijft regenen, het onweer mindert maar de dreiging blijft. Neen, 17.00 u de autoriteiten adviseren de organisatoren om het evenement stop te zetten. Dan maar richting Bédoin, chip voor tijdsregistratie inleveren en mijmeren over de zomerse ballade “‘t Is weer voorbij …”
Langzaam maakt de ontgoocheling om de gemiste derde beklimming plaats voor het besef dat deelnemen belangrijker was, dat het fietsen belangrijk was als onderdeel van de campagne “fit-je-gezond”, en dat door de sponsorcenten uiting werd gegeven aan “echte” solidariteit met vakbondsvrijheid elders in de wereld.
Vorig jaar zei ik: nooit meer, blij dat ik er bij was en eenmaal zovele inspanningen van voorbereiding en opoffering volstaan.
Maar toen rond de jaarwisseling collega’s vorm gaven aan een gezamenlijk project begon het te kriebelen met als resultaat dat de editie 2006 niet aan mijn neus voorbijging.
Naar de editie van 2007 kijk ik nu al reikhalzend uit …..of toch niet ? Wie zal het zeggen, enkel ik ken het antwoord.
Marc Duquet, een 50-plusser
10:20 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
Mijn langverwachte beklimming
Het verhaal begint eigenlijk al in het najaar van 2005. Het voorstel om de Ventoux op te fietsen met Sporta wordt gelanceerd op de confederatie. Bezeten van de koers en het fietsen hap ik spontaan toe. Dit is de ideale aanleiding om mijn slabbakkende wielerconditie van de laatste jaren weer op te krikken. Meteen krijgen we de raad 2000 km af te haspelen voor de start van de klim op 17 juni. Met nog een achttal maanden te gaan lijkt dat een makkie. Voor alle zekerheid begin ik op 1 december toch maar te trainen en hou ik minutieus alle gereden trainingskilometers bij. Fietsen in het putje van de winter valt echter niet mee. Zelfs een sneeuwbui moet ik er op een bepaald moment bijnemen.
De echte arbeid begint echter met het ingaan van het zomeruur. Dan pas begin ik echt op gang te komen. Voorlopig hoogtepunt wordt de trainingsrit in de Ardennen. Daar word ik echter met mijn neus op enkele tekortkomingen geduwd: te weinig uithouding en veel te onstuimig bergop. Die fouten wil ik zeker in juni niet maken.
Ondanks het rotweer de rest van de lente zak ik naar de Provence af met een goeie 1800 km op de teller. Daar moet in die laatste dagen dus nog wel iets bij. Twee schitterende trainingstochten (102 en 120 km) leggen de laatste hand aan de conditie. Bergop gaat het super. Nu kan er nog weinig misgaan. Op vrijdag nog even de benen testen door een 35 km los te rijden en nog even een colletje op voor de zekerheid. Alles zit goed.
De nacht ervoor komen echter de zenuwen opsteken. Voor alle zekerheid ga ik toch mentaal al enkele keren de berg op. Wat neem ik mee? Wat niet? Moet ik eten onderweg? Zal ik drinken genoeg bijhebben?
Zaterdagmorgen zijn we al vroeg uit de veren. De sfeer is duidelijk gespannen. Bij iedereen neemt de concentratie toe. De gebruikelijke grapjes blijven achterwege. Nu wordt het ernst. Die ernst neemt alleen nog toe als we in de wagen zitten op weg naar Bédoin. Nu wil ik echt wel de fiets op. Elk uitstel maakt me alleen maar meer nerveus. Nog even allen samen op de foto en dan wordt het startschot gegeven. Iedereen over de mat om de starttijd te registreren en dan zijn we weg. Van bij het begin valt het flink tegen. De aanvangskilometers zijn weliswaar niet steil maar de wind staat pal op de neus. Even in het wiel kruipen van mijn voorganger dus om te sparen voor wat komt. Even voorbij Sainte-Colombe gaat het mij echter toch wat hard. Dit is niet het moment voor onbesuisde inspanningen. Ik laat het groepje met Yves, Frieda en Johan gaan om ze niet meer terug te zien voor de top. Misschien iets te voorzichtig geweest of een goede beslissing om geen tempo te kiezen dat ik niet aankan? Wie zal het zeggen.
Even verder Saint-Estève. Hier begint het echt. We draaien het bos in en het is meteen prijs. Ongelooflijk steile stukken volgen vanaf nu elkaar op. Hoe kan je hier in hemelsnaam sparen? Gewoon vooruit komen is al lastig. Toch lukt het om niet over mijn toeren te gaan. Al die training is niet voor niets geweest. Rustig mijn eigen tempo kiezen en niemand proberen te volgen. Iedere kilometerpaal kondigt nieuwe ellende aan: 9,9 %; 9,8 %; 9,6 %; … Het houdt schijnbaar nooit op. Ik passeer de bevoorrading halfweg en kijk op mijn horloge: 1u05min. Dat zit dus goed. Ik rij door. Eten doe ik op de fiets op de weinig stukjes dat het wat minder steil is. Het zware werk is echter nog niet gedaan. Het blijft heel erg steil. Desondanks blijft de sfeer uniek. Ik rij iemand voorbij die de hele klim op één wiel aflegt met een circusfietsje. Ik wissel van gedachten met een voetballer op de fiets over het (mietjes)karakter van beide sporten. Een nogal zware man komt in het heetst van de strijd spontaan tot de vaststelling dat hij wat kilo’s te veel de berg op sleurt. Af en toe suist een groepje halve profs voorbij die de berg aan een moordend tempo aan het bedwingen zijn. Enkele kilometer voor Chalet Renard verschijnt de eerste 8 % op de kilometerpalen. Het voelt ook minder zwaar aan. De benen zijn echter nog goed. We zetten door. Even verder Chalet Renard! Het is bijna als de top overschrijden. Het gevoel van bevrijding is enorm. Wat nu nog komt is veel minder zwaar. Ik krijg bijna vleugels. Ik schakel voor het eerst een tandje groter en het gaat goed. Bovendien zit de wind vanaf hier in de rug. Dat is een ongelooflijke meevaller. Het kan hier immers ook ongenadig wind op de kop zijn. Die naam ‘Ventoux’ is immers niet gestolen.
Nu begin ik ook meer en meer mensen voorbij te rijden. Sommigen zijn duidelijk al heel erg diep geweest en zien zichtbaar af. Ik voel echter dat ik niet mag overdrijven. Het blijft immer 6 à 7 % stijgen en het is nog ruim 5 km. Nu wordt het ook stilaan kouder. De top nadert. Ik rijd Marc Herremans voorbij die nog adem over heeft om een interview te geven. Die zit dus nog fris. Dan begint de laatste kilometer. Ik zie voorbij de volgende bocht iedereen ongelofelijk afzien en krijg schrik. Ik schakel direct weer een tandje kleiner en wacht bang af wat ik nu nog te verwerken ga krijgen. Opnieuw volgt een steil stuk maar het valt mee. Ik sta af en toe recht en ‘en danseuse’ bedwing ik de laatste kilometer. Hier voel ik pas echt hoe hard het waait. Ik word bijna van mijn fiets geblazen als ik de laatste bocht nader maar de euforie overstijgt nu alles. Met een laatste inspanning neem ik de steile binnenkant en waai bijna vanzelf over de finish. Ik kijk naar mijn tijd: 2u12min ongeveer. Wauw! Dat had ik zelf niet verwacht. Ik zoek de anderen in de chaos boven en ga mijn rugzak zoeken. Het weer boven op de ‘Col des Tempêtes’ is verschrikkelijk. Koud en enorm veel wind. Iedereen is echter overgelukkig. Dit is echt schitterend. Ik probeer tevergeefs enkele sms’jes te versturen want de ontvangst is rotslecht. Dat valt tegen. Dan maar weer naar beneden. Eerst heel voorzichtig wegens de wind. In het eerste stuk van de afdaling zie ik nog enkele mensen van de groep die bijna boven zijn. Iedereen glundert omdat ze weten dat het zal lukken. Aan Chalet Renard zie ik Joel Smets die achteruit de berg op komt. Nu richting Sault naar beneden met Frieda en Tom. In de afdaling is het zalig genieten van de snelheid op de lange rechte stukken. Dit is bijna even plezant als bergop rijden. Net voor een onweer echt losbarst halen we een overdekt terrasje in Sault. Dat zit ook vol met fietsende Vlamingen. Ook hier dus verhalen en ervaringen uitwisselen. De tocht naar huis leek heel plezant maar het weer gooit roet in het eten. Volledig uitgeregend bereiken we de camping. De dag eindigt met vele verhalen rond tafel boven enkele glazen wijn.
Pieter Deforche
10:18 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
Heb je even voor mij?
Na een slapeloze nacht, sta ik om 5.30 uur op. Slechts enkele stukjes baguette met de obligatoire nutella krijg ik door mijn keel. De honger naar de berg is groter. Alhoewel, met schrik in de benen vertrekken we om 6.45 uur naar Bédoin, aan de voet van de Mont Ventoux. Snel nog een groepsfoto en dan hop – we komen aan een berg en we moeten erover. De eerste kilometer is het zoeken naar geschikte compagnie. Yves en Frieda lijken me de ideale teamgenoten. Met hen is het aangenaam starten : niet te snel, niet te traag. Ook een fietsende ezel stoot zich immers geen twee keer aan dezelfde steen. 4 jaar geleden ondernam ik een eerste beklimmingspoging op de Ventoux. Na 3 uur fietsen, stoppen, stappen, terug op de fiets, wandelen, kruipen, vliegen, vallen en weer opstaan bereikte ik de top. Na vijf km dalen, was het echter gedaan. Geen jus, geen energie, geen suikers meer, alleen nog pap in de benen. Totaal uitgeput legde ik me aan de kant. Pas na één uur hijgen en zuchten had ik de moed om mijn vrouw te bellen om me te komen halen. Ik kwam, ik zag en de Mont Ventoux overwon. Dit zou me geen tweede keer overkomen. Kalm beginnen dus. Samen met Yves en Frieda malen we de eerste 10 kilometer onder een gecontroleerde hartslag van 130 à 145. We hebben allemaal de indruk dat we goed zitten. Maar de angst voor de volledige beklimming blijft. Toch begint het te kriebelen om een versnelling hoger te schakelen. Ga ik sneller of niet? Ik vraag aan Yves of de champagneregel ook deze keer geldt (wie wegrijdt van de anderen en nadien terug wordt ingehaald, betaalt een fles champagne). Yves knikt gewillig en hoopt op een herhaling van 4 jaar geleden – ik drink zelf te graag champagne en blijf dus zitten in de groep! Op kilometer 12 passeer ik een vriend. Op 1000 km van huis, op 1000 meter hoogte en tijdens een onmenselijke inspanning lachen we met onze exploot. Tenslotte knikken we begrijpend naar elkaar : ‘we zijn goe bezig!’ Dan rij ik verder. Op kilometer 13 is het hoog tijd om mijn ipod boven te halen. Ik heb hem bewaard voor de moeilijke momenten maar ik wil mijn joker nu toch al enigszins preventief inzetten. Met Cocaine van Eric Clapton vind ik de juiste kadans terug. Dan is het genoeg geweest. Ik neem het risico en laat Yves en Frieda achter. Aan Chalet Renard wenkt voor de eerste keer de top. Nog 6 kilometer te gaan. Het loopt lekker. Veel lekkerder dan verwacht. De 2500 km trainingsarbeid werpen hun vruchten af. Op anderhalve kilometer van de top merk ik dat de mogelijkheid erin zit om de top te halen op minder dan 2 uur. Aangezien dit mijn sponsorgeld zou verhogen, geef ik mijn benen de opdracht nogmaals te versnellen. De laatste 500 meter zijn lastig, heel lastig. Vooral de wind speelt me parten. Maar de overwinning is nabij. Onder de meest foute hit van het laatste jaar heb je even voor mij van Frans Bauer vlieg ik over de eindstreep. Een traan vindt zijn weg naar beneden. Janet!
Frieda en yves arriveren 5 minuten later. Chapeau! De volgende 15 minuten vallen heel wat andere collega’s het eindstation binnen. Allen met een trotse en fiere blik.
Dan volgt de afdaling naar Malaucène. Op de mooie en brede wegen is afdalen een waar genot. Met maximumsnelheden tot 65 km/uur. Toch maar oppassen! Eens beneden zetten we ons op een terras en genieten van een omelette mixte.
Wat nu? Voor Yves is het allang duidelijk : we gaan voor een driegangenmenu : na Bédoin volgt de beklimming langs Malaucène én Sault. Ik besluit om het ook te wagen en maak mezelf wijs dat ik wel zal terugdraaien als het niet lukt. Met Yves en Godfried gaan we van start. Ieder op zijn eigen tempo. De beer uit de Kempen laat ik al snel gaan. De eerste kilometers vallen goed mee. Na 10 kilometer krijg ik een eerste lastig moment…Ipod-time! Ondanks de Latijnsamerikaanse ritmes van suavemente begint het wat later ook nog te regenen. Eerst heel zacht, nadien komt de regen met bakken naar beneden. Ik zie de bliksem rechts van mij het dal ingaan. Enige ongerustheid is hier op zijn plaats. Maar ik rij verder. Rond kilometer 14 is het niet meer te doen. Het centrum van het onweer komt steeds dichterbij en de regendruppels worden zwaarder. Wat verder merk ik een hutje om te schuilen. Groot is mijn verbazing als ik er binnen stap. Een zevental andere klimmers, waaronder Yves, hebben er ook hun toevlucht gezocht. We wachten 10 minuutjes tot het ergste voorbij is en vervolgen onze weg. Maar het onweer stopt niet. Het begint terug harder te regenen en op een hoogte van 1350 meter doet de koude ook niet echt deugd. Toch gaan we door. Wat een heroïsch verhaal zal ik kunnen vertellen als ik nu de top haal. Bij Chalet Liotard (op 5 km van de top) worden we om veiligheidsreden tegengehouden. Niemand mag de top nog over. In de chalet merken we dat ook Koen en Dirk hun strijd hebben moeten staken.
Ondanks deze tegenslag overheerst toch het gevoel van tevredenheid. Met onze superbenen onder tafel drinken we een glas en klinken op onze beklimming. ’t Is mooi geweest…heel mooi!
Johan Van Baelen
10:14 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
20-06-06
Gemengde gevoelens vooraf
Vrijdagavond kroop ik met gemengde gevoelens in mijn bed : ik weet dat ik niet veel ga slapen en ben ongerust over wat komen gaat. Ik heb niet zo veel getraind en de oefenritten in de ardennen heb ik allemaal overgeslagen.
Alhoewel het thuisfront me verzekerde dat ik zeker die berg zou op geraken, was ik daar helemaal niet zo zeker van. Vooral omdat ik vrijdag twee keer een col van 5 km. beklommen had en de eerste keer volgde ik Pieter en Frieda maar wist ik veel dat zij ongelooflijk goeie klimmers waren zodat ik onderweg moest afhaken. Ik kwam boven met een gevoel dat ik ter plaatse zou sterven en dat na maar 5 km klimmen ! Ik had mij duidelijk geforceerd en bij de tweede beklimming deed ik het veel rustiger aan en kwam ik met een heel ander gevoel boven, het gevoel dat ik nog verder kon rijden en dat stelde mij gedeeltelijk gerust.
’s Morgens na het ontbijt, duik ik met mijn Mechelse collega’s de auto in en het valt op dat de sfeer er niet meer is, buiten een paar grapjes blijft het vrij stil in de wagen.
Ik had mij voorgenomen om heel voorzichtig te starten en mijn eigen tempo te rijden. Na de start werd in voorbijgestoken door veel “Schone Kleren”-truitjes maar ik liet mij deze keer niet vangen om hen te volgen. Ik wou zonder één enkele keer te stoppen boven geraken.
De rit in het bos was zwaar maar het lukte toch vrij goed. De bevoorrading reed ik voorbij want ik had voldoende drinken bij. Toen ik Chalet Reynard passeerde, keek ik naar de tijd en wou graag binnen de 2,5 uur binnen geraken dus begon ik wat harder op mijn pedalen te duwen. Dan kreeg ik het wel kwaad maar omdat ik wist dat de top niet veraf meer was, probeerde ik het snellere ritme vol te houden. Voor mij duurde de weg vanaf het chalet tot de top een eeuwigheid, ik vond het zelfs ni zo plezant meer en moest denken aan onze coach Yves die me de dag voordien zei dat ik wel voor twee beklimmingen zou gaan, nooit vanzeleven dacht ik, het lukt me nu amper om boven te geraken. Ik bereikte de top in 2.27 uur en toen ik van mijn fiets stapte, voelde ik toch even de bibber in mijn benen (van vermoeidheid of de koude ?). Kreeg toch even tranen in mijn ogen omdat het gelukt was en dat ik geen voet aan de grond had gezet.
Toen ik terug afdaalde, speelde ik zelfs met de gedachte om de beklimming nog een keer te proberen in Bédoin maar het slechte weer besliste er anders over.
In elk geval een unieke ervaring die ik zeker nog eens wil overdoen volgend jaar en hopelijk met dezelfde toffe groep collega’s !
Pascale De Borger
16:05 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
Grote muil, klein hartje ...
Omdat we als A.C.V.-SPORTA zelf sponsorden in het eerste Mont-Ventoux gebeuren vorig jaar, kon het niet anders of ik zou wel even tussen door dat bergje oprijden. Ik had er 50 trainingskilometers opzitten, waaronder de muur van Geraardsbergen (of toch tot aan de eerste bocht) om dan gereanimeerd te worden in café het hemelhuis op de top. Als ultieme voorbereiding zou dan het A.C.V. voetbaltornooi de laatste 100gr. van mijn 94 kilo wegend gespierd torso afknijpen. Jammer genoeg hield mijn achillespees het al in de tweede match voor bekeken en lag ik ’s anderendaags op de operatietafel.
Dankzij de bereidwillige hulp van een collega stond ik de volgende week toch op de top van de Ventoux, weliswaar in het gips en in een rolstoel maar ik stond(zat) er toch.
Daar en daar alleen begon de obsessie, volgend jaar zou ik hem bedwingen kost wat kost. Ik gaf er mijn ogen de kost en zag bij de deelnemers de onregelmatige ademhaling en het overvloedig transpireren recht evenredig stijgen met de omtrek ter hoogte van hun toogspieren. Het drong tot mij door dat, wou ik later van mijn groepsverzekering genieten er niet alleen veel zou moeten getraind worden maar ook bye-bye gezegd worden aan mijn Bourgondisch leventje.
Na de revalidatie kocht ik mij in december 2005 een nieuwe koersfiets, met rollen.Een afspraak met een diëtiste later kon ik beginnen aan de uitdaging. How little do i know….
In het begin tweemaal per week op de rollen, later uitgebreid met eerst korte buitenritjes later tochtjes naar zee en de o zo belangrijke oefentochten met onze collega’s (Kasterlee;Destelbergen;route du Buisonnierre,Tilff-Bastogne-Tilff). Het gewicht evolueerde ook in de positieve zin zodat de afreis naar de camping kon beginnen met 74 kilo op de weegschaal en een 2000 kilometer buiten getraind.
Na een verbroedering met de reeds aanwezige collega’s op de camping werd beslist om met ons groepje bij wijze van training op vrijdag de beklimming van de Ventoux vanuit Sault tot aan Chalet Renard te proberen kwestie van nog wat klimkilometers te hebben.
Tot aan Chalet Renard geen enkel probleem maar daarna konden we ons toch niet inhouden en bij een temperatuur van gemiddeld 30° klommen we verder; man man man, misere !!!! Gestorven, doodgegaan, gecreveerd en dat bij een hartslag soms tot 182 en een gemiddelde vanuit Sault van 173 en toch bij het bereiken van de top herrezen door de adrenalinestoot. Een emotie die onbeschrijfelijk is, Yes hij zit in onze pocket. Maar ook het besef als ik zo afzie op de laatste 6 kilometers dan kan ik nooit Bedoin aan.
Vanuit dit standpunt ’s anderendaags toch maar gestart in Bedoin, en op heel veel overschot gereden. Een tijdje met Yves Van Hulsel, Frieda De Koninck en Johan Van Baelen mee tot aan de bevoorrading en daar bewust gestopt om een appelsientje binnen te werken. Verder met Stijn Boeykens naar de top zonder ook maar 1 enkel probleempje te krijgen. De top bereikt in 2u20 gemiddelde hartslag 154. Bleek dat wij de dag ervoor toch wel redelijk snel de beklimming hadden gedaan ( 2u49) en daarom misschien iets te voorzichtig Bedoin hebben aangepakt, maar dit gecijfer verdwijnt allemaal in het niets met het onbeschrijfelijke gevoel dat overheerst op de top, samen met alle gelijkgestemde zielen één langgerekt emo-moment. Komt dan nog het telefoontje van mijn zoon die zijn emoties ook niet kan bedwingen en het ganse verhaal vanaf Ventoux 2005 komt terug boven.
Dank u berg voor de uitdaging, dank u collega’s voor de puis morale, dank aan iedereen die mij dit onvergetelijk avontuur heeft laten beleven.
Marc Leroy
16:04 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |
Veertiger op de Ventoux
De nacht voor de beklimming raakte ik niet zo gemakkelijk in slaap. En dan om 6u aan het ontbijt; rijkelijk zoals gewoonlijk. Mezelf volstouwen tegen de honger die komt. En nog een lading bananen, peperkoek, mueslirepen inpakken voor onderweg. Onze fietsen in de bestelwagen en wij in de minibus om zo’n 35 km van de camping naar Bedoin te rijden. In Bedoin hebben we met de hele groep afgesproken. Ik ben blij dat ik nog eens naar het toilet kan gaan en voel me klaar om te vertrekken. Samen poseren we voor een groepsfoto in onze retro bruinzwarte wielerkleding. Dan mogen we na elkaar met ons enkelbandje over de elektronische mat rijden die de tijdsregistratie start. Het heeft geregend; er zit veel zuurstof in de lucht en het is niet zo warm als de voorbije dagen. Ideaal weer. Ik twijfel even als er zich een kopgroep vormt en sluit dan aan bij een tweede groep met Yves op kop. Yves is onze ‘ploegleider’. Hij is fervent fietser en begeleidt fietsvakanties. Tijdens de voorbereiding heeft hij trainingstips gegevens. Het gaat traag naar mijn gevoel. Ik kijk niet op mijn kilometerteller maar op mijn hartslagmeter: rond de 140. En als de weg stijgt, stijgt mijn hartslag tot 150. Zo gaat het ongeveer 5 km tot in Estève waar het bos begint. Het zwaarste stuk van 10 km met stijgingspercentages tot 10% komt nu. Een aantal mensen lossen. Ik houd mijn hartslagmeter goed in de gaten. Mijn hartslag varieert tussen 163 en 168. Yves informeert geregeld en moedigt me aan om de iets minder steile stukken te gebruiken om te recupereren. Mijn hartslag zakt dan snel, een goed teken. Af en toe drink ik wat en ik eet een banaan en een koekje. ‘k Vraag me af of dat voldoende is. Maar eten en drinken tijdens het klimmen zijn lastig en doen mijn hart een beetje sneller slaan. Aan de bevoorrading rond kilometer 10 rijden we gewoon door. We beginnen deelnemers uit onze groep – ook anderen uiteraard – in te halen. Af en toe kijkt iemand twee maal op als hij merkt dat ik een vrouw ben. De rest van ons groepje is doorgereden of achtergebleven. Yves is bij mij gebleven. We komen aan chalet Renard. Er staat veel volk op de parking en in de bocht. Ik word emotioneel. Mijn adem stokt. “Amai, wie had dit gedacht?” Mijn benen trappen verder. “Nu hebben we het zwaarste gehad,” zegt Yves. Ik hoor het hem graag zeggen. In de volgende 5 km variëren de stijgingspercentages tussen 7 en 9%. In het begin van de week was dat nog een opgave; nu ‘bijna’ een makkie. Maar Yves maant me aan om rustig te blijven en niet te versnellen. Ondertussen heb ik ook geleerd om in de bochten bovenaan te rijden omdat het hoogteverschil dan minder is dan beneden in de bocht. Het fameuze maanlandschap ligt voor ons. Voor me zie ik iemand rijden met een handbike. Ik vraag me af of het Marc Herremans is maar ik weet niet hoe die er uit ziet. Ik zou het pijnlijk vinden om “Vooruit, Marc!” te roepen als het iemand anders blijkt te zijn. Dus zwijg ik als we hem passeren. Yves komt naast me rijden en maakt een foto van mij met zijn GSM. Mijn benen raken toch stilaan vermoeid. Mijn zeem begint te schuren. Dit is de eerste keer dat ik daar last van krijg. Er staat meer wind. Op sommige stukken hebben we wind in de rug; op de stukken tegenwind zet Yves me uit de wind. We rijden nog een zwartbruin retrotruitje voorbij in de laatste kilometer die onbarmhartig steil is, 11%. In de bocht naar de aankomst, word ik bijna van mijn fiets geblazen door de wind. Ik kijk achterom naar Yves en roep dat hij voor mij over de elektronische mat moet rijden. Hij laat me voorgaan. Er staan er vier van onze groep net voorbij de finish. Ze feliciteren me. Ik bedankt Yves omdat hij me zo goed naar de top geloodst heeft. En ik ben verschrikkelijk fier op mezelf. Vlug even kijken naar mijn tijd op de kilometerteller: 2u5min. Geweldig! Ik krijg het nu verschrikkelijk koud en ga mijn rugzakje halen met mijn regenjasje. De ene na de andere deelnemer uit onze groep komt binnen. Iedereen wordt toegejuicht. Ik stuur SMS-jes rond. Het is echt te koud om te blijven staan tot ze er allemaal zijn. Ik heb afgesproken met Pieter om naar Sault af te dalen en daar iets te eten. Die afdeling is minder steil dan naar Bedoin. Grappend hebben ze deze week al gezegd dat ik sneller klim dan afdaal. Met deze wind heb ik nog meer schrik voor de afdaling. Pieter wacht me, samen met Tom, onderweg op aan chalet Renard. Daar zien we Joel Smets achteruit de berg opfietsen. Pieter en Tom rijden alvast vooruit. Vlak voor Sault wachten ze. Het begint te regenen. We rijden bergop het dorp binnen en duiken onder de luifel van een terras. We zijn niet alleen. ’t Zit vol Vlamingen. Voor de verandering eet ik nog een pastaatje. Er staat een file aan het toilet en er wordt natuurlijk over niets anders gepraat dan fietsen en het weer. We geven onze enkelbandjes af aan de infostand. Pas later zullen we op het internet onze officiële tijd kunnen lezen. Het belangrijkste is echter dat ik na 4000 km in 140 trainingsdagen op mijn 40ste de Ventoux opgereden ben en ontdekt heb dat ik graag klim en er ook aanleg voor heb. Als daar geen nieuwe uitdaging van komt….
Frieda De Coninck
16:02 Gepost door Comit | Permalink | Commentaren (0) | Email dit |
Facebook |